Ik ben als een ijsbeer. Eenzaam en vergeten.
Zuster Christine is zichzelf niet meer. Ze kijkt dof en beantwoord al mijn vragen met: ‘Ja zuster, nee zuster’. Binnenkort wordt ze overgeplaatst naar de afdeling-van-zusters-die-de-weg-kwijt-zijn. En dan ben ik echt alleen.
Zuster Christine zal er wel nog zijn om mij uit te zwaaien wanneer ik maandag vertrek voor mijn retraite. Maar hartelijk verwelkomen wanneer ik terug kom, zal niemand me.
Ik weet niet hoe ik terug zal keren. Hopelijk als weer een Godliefhebbende zuster. Een zuster die weer het volste vertrouwen heeft in het katholieke bestaan omdat de Heilige Maagd Maria voor haar verscheen, om haar moed in te spreken.
Waarschijnlijk zal ik met dezelfde geloofstwijfels terugkeren als waarmee ik nu vertrek. Waarschijnlijk is de enige heilige die voor me zal verschijnen heilig boontje priester Hendriks. Met zijn zoetsappige praatjes over hoe Jezus ook voor alle verdwaalde schaapjes een plekje in zijn hart heeft.
Nou priester, ik ben niet verdwaald ik ben verloren. Ik ben het geloof verloren!
Wat moet ik nu? Wat ben ik nu nog? Ik ben als een ijsbeer die de zin van het zeehonden eten niet meer ziet. Waar leef ik dan nog voor?
Ik eindig log, het is me te confronterend.. Het komt te dicht bij.
Dit was een log ontstaand uit de drang om te overleven.
Nu ik de lust van het overleven verloren ben, zou dit log leiden tot mijn dood.
Ik moet hier mee stoppen.
Voor mezelf.
Als ik zo terug lees wat ik allemaal geblogd heb, vraag ik me af of het wel zo verstandig van me is geweest om zo over het klooster en over het geloof te praten. Ik weet dat mijn medezusters mij nooit als een vol-zuster hebben gezien, meer als een schoonzuster. Alleen zuster Christine zou ik mijn bloedzuster kunnen noemen. Maar als andere zusters of een andere geestelijken DIT te lezen krijgen, dan wordt Gods huis mijn hel! Dan hoef ik mijn spullen niet meer te pakken voor mijn retraite, maar voor mijn vertrek. Niet dat de andere zusters zo heilig zijn. Eerder schijnheilig. Je krijgt een Gods zegening als je voor ze staan, maar ze Godverdomme je zodra je je rug draait.
Ik had mezelf beter sexyhotAgatha666 kunnen noemen. Geen non die die naam maar durft uit spreken,laat staan een weblog met die naam te bekijken! Alleen ben ik dan nog niet van die ouwe paterventjes af. SexyhotAgatha666, op die naam komen meer paters af, dan wanhopig zieke katholieken op Lourdes.
Dit kan misschien schokkend zijn om te lezen, maar JA alle geile paters die in elke hardcore pornofilm voorkomen, zijn gebaseerd op ware karakters. Want JA ook priesters hebben seks en JA ook paters seksen met nonnen (althans 20 jaar geleden, toen het uitgerekte leren-lappen-vel nog strak om hun lijf gespannen zat en hun leeggelopen theezakjes nog goedgevulde vleesbundels waren).
En JA er zijn ook zusters die niet van elkaar af kunnen blijven.
Zo hier heb je het, de waarheid zoals hij is. Laat ze maar lezen, het maakt niet meer uit. Maar zeg niet dat ik geen goede zuster ben. Eén van Gods wetten is dat je altijd eerlijk bent. Nou hier schrijf ik dan, in al mijn eerlijkheid. Ik ben eerlijk op het wereldwijde web.
‘In retraite gaan betekent dat je je terugtrekt uit je dagelijkse leven. In retraite verdiep je je op geloofsinzicht en je richt je volkomen en helemaal op het geloof.’
‘ Pastoor Hendriks heeft het me vandaag uitgebreid in kleuterklas-taaltje uitgelegd. Hoewel het al de achtste keer is dat ik dit doe, hij geeft me elke keer dezelfde uitleg. ‘ ‘In retraite is een periode van afzondering om tot bezinning te komen. In afzondering neem je de tijd om stil te staan bij Onze Lieve Heer en bij wat hij voor je betekend’ ‘ Laat ons nu bidden: ‘ Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam is mij vervreemd Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde maar ik verlang naar de hemel. Geef mij heden een teken of morgen mijn dood. Ik ben een non, maar zit vol van schulden, gelijk ook alle anderen Ik leid niet in bekoring, maar weet ook niet meer wat goed is of kwaad. Men zegt dat, van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid Tot in eeuwigheid. Maar dan duurt eeuwig bij mij maar even. Amen.
Ik spijt van wat ik gisteren schreef over het kloosterschap. Ik ben dankbaar dat ik het zusterleven geleefd heb. Iemand als ik kan zich niks beters wensen dan een wereld vol van vrouwen alleen. Ik ben dankbaar. Ik heb de wereld gezien. Ik heb dankzij de keus om non te worden, als verpleegster mogen werken in Indonesië. Ik ben dankbaar want ik heb dankzij dit leven Christine mogen ontmoeten. - Het was in 1940. Het ziekenhuis waarin ik werkte, in het toenmalig Nederlands-Indië, werkten veel Nederlandse verpleegsters. Nonnen zoals ik.. Christine werkte er al een jaar langer dan ik. Ze leerde me over de taal, de cultuur, de lokale bevolking en over het eten. ‘Want sambal is niet hetzelfde als rode bieten’.- Het was een mooie maar zware tijd. Zonder Christine had ik het daar nooit gered. Zonder Christine red ik het nu ook niet.
Voor God kan niemand een geheim hebben.
Voor de zusters van dit klooster ook niet.
Het nieuws verspreidt zich snel.
In deze veilige wereld onder Gods hoede, zijn ze blij met en beetje sensatie. Het in retraite gaan van mij is een sensatie.
Het geeft de zusters weer wat impuls in hun eentonige gespreksstof.
Maar volgens mij zijn die chagrijnige nonnen gewoon jaloers dat ik even weg mag uit dit bijna eng geïsoleerd veilig wereldje.
Ow ja, het is best fijn hier. Geen mannen, geen geweld, geen druk, geen stress, geen eigen leven..
Je leeft samen met alle zusters. En alle zusters leven voor God.
Maar als ik niet meer voor God leef, ben ik dan ook geen zuster meer?
Ow God, wat ben ik blij dat ik dit gebouw even verlaten mag.
‘Zuster Agatha, het wordt tijd dat je weer eens in retraite gaat’ zei zuster Christine me, toen ik haar over mijn geloofsdip vertelde.
Het is de zinnigste raad die ze me sinds maanden gegeven heeft.
– Christine is zichzelf niet meer en haar heldere momenten worden steeds zeldzamer. Elke ochtend kijk ik haar aan in de hoop dat ze me met geestheldere ogen aan zal kijken. Maar steeds vaker kijkt ze met een doffe blik.-
Vandaag keek ze helder.
‘Je moet in retraite om je geloof voor Onze Lieve Heer terug te vinden, om jezelf terug te vinden’ drong zuster Christine aan en ze keek me toen weer helder en vooral hoopvol aan.
Misschien moet ik dat maar doen, in retraite.
Voor jouw zuster Christine.
Voor je heldere blik.
Ik ben aan het veranderen.
Er is weer een zuster dood, de derde al deze maand. Het herinnerd me er weer aan hoe zeldzaam we nog zijn – Laatst liep ik via het oude kloostergedeelte een fiks blokje om, om zo de ochtendmis te missen. De gangen en de kamers daar, waren gevuld met de leegte van verlatenheid. De ooit door goed gelovige zusters bewoonde kamers, waren nu leeg en verwaarloosd. Daar waar het ooit overvloeide van Gods liefde, lag het er nu Godverlaten bij.
Alle zusters van deze gangen hadden al jaren en jaren geleden het loodje gelegd. Ooit waren we met velen, nu sterven we met velen tegelijk.-
Ik ben aan het veranderen, omdat het me niks meer doet. Ik huil niet meer als een zuster sterft. Ik schrik niet meer,ik moet er zelfs niet even van slikken. Ik richt mij dan even tot de Heilige Maagd en bid of de overledene voor eeuwig gelukkig psalmen mag zingen en vreugdedansjes om Gods troon mag maken. Ik doe nog wat weesgegroetjes, maak vluchtig een kruisje met mijn vinger en ga daarna over tot de orde van de dag.
Ik ben aan het veranderen en ik weet ook waarom.
Na jaren voor God geleefd te hebben, na jaren naar Gods wil geleefd te hebben, heeft ook God mijn kamer verlaten om plaats te maken voor leegte.
Ik kan niet meer.
Ik kan niet meer geloven.
Ik ben oud.
Ik ben op.
Ik ben aan het veranderen.
Ik herken mezelf niet meer, weet niet meer wat ik denk, weet niet meer wat ik voel.
Ik dacht dat ik dat veranderen al gehad had, dat dit alleen voorkomt bij naïeve meisjes die op het punt staan volwassen te worden. Dan nog een keer tegen de 30 aan en dan misschien nog rond je 50ste jaar, voor de mensen die het dan nog niet door hebben.
Maar wat heeft veranderen nog voor zin, als je de 80 al gepasseerd bent?
‘Zuster Agatha, heb jij mannen gemist in je leven?’
Dat is wat zuster Christine me deze middag in de eetzaal, tussen warm soepje en appelmoestoetje in, vroeg.
Ik heb haar met een verbaasd, maar meer geschrokken gezicht aangekeken. Ik weet dat zuster Christine zichzelf niet meer is de laatste tijd, maar deze vraag overviel me.
Lang heb ik toen naar de vlezige ballen in mijn soep zitten staren.
Of ik mannen heb gemist in mijn leven? Ach lieve domme Christine, jij die mij beter kent dan welke zuster dan ook. Jij waar ik meer van houdt dan welke zuster dan ook en waar ik misschien wel (ook al is het een schande om toe te geven) meer van houdt dan dat ik van Onze Lieve Heer houdt. Hoe kan jij mij dat nou vragen?
Ik heb geen mannen in mijn leven gekend, dus hoe kan ik ze dan missen?
Nu schiet mij ineens het beeld van ouwe pater Willibrord door mijn hoofd. Een ineengedoken, incontinent heertje die je door zijn walm van ouwe pis al van 10 meter afstand kan ruiken aankomen. Hij komt elke middag bij ons eten omdat hij te bejaard is om voor zichzelf te koken. Maar waarschijnlijk heeft hij in zijn hele leven, nog geen enkele maaltijd zelf klaargemaakt. Hij is wel een man in mijn leven geweest, maar heeft nooit een belangrijke rol gespeeld daarin. Hij was als een achtergrond, een decoratie. Hij was als de religieuze schilderijen aan de muren van onze lange kloostergangen, of als de Mariabeelden die hier en daar in de tuin gesokkeld staan. Een decoratie van vlees en bloed, als een vaag beeld, altijd op de achtergrond.
En dit geldt eigenlijk voor alle mannen die ik ken en gekend heb: onbeduidend, oninteressant.
Ik heb zuster Christine’s vraag niet beantwoord. Het irriteerde me dat ze me deze vraag gesteld had. Want ook al zouden mannen mij geïnteresseerd hebben, dan ben ik nu ik de 80 al een hele tijd gepasseerd ben, toch veel te oud om me daar mee bezig te houden!
‘Ach zuster Christine, eet je ballen nou maar op’ is het enige wat ik haar toen geantwoord heb.
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.